Elektro Akoestische  kalibrator (calibrators).

Bij een type goed gekeurde geluidsmeter hoort een bepaald type elektrische akoestische kalibrator zoals gedefinieerd door de leverancier. Veel professionals denken dat je elke professionele kalibrator voor elke geluidsmeter kan gebruiken. Dat is echter een misverstand, daar dient ook in het laboratorium voor gewaakt te worden. Een belangrijke factor hierbij is het type ‘grid’ dat gebruikt wordt door de microfoon fabrikant.  Het grid is het bescherm kapje over het membraam van de microfooncapsule die het membraam o.a. beschermt. Het grid kan o.a. bestaan uit gaatjes in een bepaald patroon (bovenop en/of aan de zijkant) of gleufjes in een bepaald patroon. De adapter van een kalibrator (zeg maar waar je de microfoon inschuift) heeft een grote rol hoe het geluidsniveau van de kalibrator  invalt op het membraam van de microfoon. Het kan zijn dat het type  adapter niet past bij het type grid van de microfoon. Dat geeft dan ongewenste afwijkingen en onnauwkeurige kalibraties. Derhalve staat ook in de IEC-61672-3 onder paragraaf 9 vermeld dat in principe de kalibrator behorende bij de geluidsmeter moet worden gebruikt voor de justering voor de kalibraties in het lab.

Dit wordt vaak niet onderkent bij kalibraties. Koop dus altijd een kalibrator die getest is met de bijbehorende geluidsmeter. Gebruikt u een andere kalibrator vergewis u er dan van dat deze een geluidsdruk op het membraam geeft van de microfoon zoals ontworpen door de fabrikant. U kunt dit altijd navragen bij de fabrikant of laten controleren in het laboratorium. Dit kan ook fout gaan in het laboratorium als er bijvoorbeeld gebruik wordt gemaakt van een multifrequency calibrator die gemaakt is voor een bepaald type “grid” van een bepaalde fabrikant.  Dat kan bij een afwijkend “grid “ afwijkende resultaten geven.

Een ander punt van onduidelijkheid is de waarde die ingesteld moet worden bij kalibraties op de geluidsmeter. Een kalibrator geeft een geluidsdruk – loodrecht op het membraam – van 1 Pa (94 dB) en/of 10 Pa (114 dB).  Dus niet 93,8 dB of 93,9 dB wat regelmatig wordt verondersteld of verward met informatie die te vinden in op internet.

Echter, er zijn verschillende type microfoons die zijn ontworpen voor een bepaalde norm, volgens een bepaald deel uit de IEC-61094. In het lab gebruiken we onder meer pressure (druk) microfoons. Deze geven bij meting voornoemde waarden dus 94 dB of 114 dB of 124 dB ingeval van een pisthonfoon. Echter In Europa zijn de meeste meters voorzien van een “free-field” microfoon, deze geven bij een geluiddruk loodrecht op het membraam een iets andere waarden omdat ze ontworpen zijn om onder een bepaalde hoek de geluidsdruk te meten. Het verschil in de gevoeligheid tussen pressure field en free field bij 1000 Hz wordt door de fabrikant opgegeven en lig meestal tussen de 0,10 en 0,20 dB.  Als de fabrikant opgeeft dat de response van de microfoon bij loodrechte inval van de geluidsdruk op het membraam -0,12 dB bedraagt dient u dus in de geluidsmeter in het kalibratiemenu het niveau op 93,88 dB in te stellen. En vervolgens de kalibratie te starten.

Houd er daarbij rekening mee dat zowel de geluidsmeter als de kalibrator en bepaalde  ‘opwarm’ periode hebben. Dus eerst de kalibrator aanzetten en wachten gedurende ca. 30 – 60 seconden (zie specificaties fabrikant). Daarna kalibratie procedure op de meter starten. De meeste geluidsmeters hebben ook een opwarm periode van ca. 1 minuut voordat ze de specificaties halen zoals opgegeven in de datasheet behorende bij de geluidsmeter. Zorg er ook altijd voor dat geluidsmeter en kalibrator ongeveer “even warm zijn“.  Dus niet de geluismeter die koud buiten staat kalibreren met “warme” kalibrator.

De klimatologische condities voor geluidsmeter en kalibrator dienen dus dezelfde te zijn voor een nauwkeurige kalibratie.

Akoestische Kalibrator Laboratorium Standaard van Bruel Kjaer

Akoestische kalibrator class LS (Laboratorium Standaard)